Voor respectvol taalgebruik, tegen vloeken en schelden.

Geschiedenis van de Bond tegen vloeken

De Bond tegen vloeken bestaat al meer dan honderd jaar. Het werk begint onder de naam ‘Nationale Bond tegen het vloeken’, maar wordt kort daarna veranderd in ‘Bond tegen het schenden door het vloeken van Gods heiligen Naam’.

Het initiatief voor een organisatie tegen vloeken ligt bij J. Baas uit Den Helder. Een jaar eerder pleit hij in dagblad De Standaard al voor de oprichting, omdat vloeken volgens hem is uitgegroeid tot een volkszonde.

Jaren ’20 van de 20e eeuw

Nog voordat de Bond officieel bestaat, begint Baas met lezingen en ledenwerving. Hij wordt een voorvechter tegen het misbruiken van de naam van God en zet zich onvermoeibaar op allerlei manieren in. De eerste campagnes om aandacht te vragen voor onnodig schelden en vloeken, bestaan uit het plaatsen van bordjes in kazernes en op stations. Ook wordt in het handboek van de Olympische Spelen van Amsterdam in 1928 in vier talen een oproep gedaan aan sporters om niet te vloeken. Het werk van Baas vindt al snel bijval. In 1923 telt de Bond tegen vloeken 10.000 leden. De campagneboodschappen op posters en in andere uitingen zijn dan nog vrij lang: ‘Vriendelijk en ernstig verzoek het vloeken en ijdel gebruik van Gods Naam na te laten’. Later worden er redenen aan toegevoegd waarom je niet zou moeten vloeken en schelden: ‘Vloekt niet, gij beleedigt uzelf en kwetst anderen’. Dankzij deze brede achterban van de Bond tegen vloeken kunnen overheid en gemeenten worden benaderd om lokale verordeningen tegen vloeken in te stellen. In 1932 volgde de landelijke wet tegen smalende godslastering. Die houdt stand tot 2014.

Jaren ’40

Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verandert alles. In eerste instantie probeert de Bond zijn werk voort te zetten. Als blijkt dat de Duitse bezetter het doen en laten van de organisatie in de gaten houdt, wordt besloten geen activiteiten meer te ontplooien. Pas na de bevrijding wordt de Bond nieuw leven ingeblazen. Na de oorlog verandert het gezicht van de Bond. De boodschap richt zich minder op het strijden tegen vloeken en verlegt de aandacht naar het positief eren van God en Zijn heilige Naam. Nieuwe middelen doen hun intrede. Stationsborden zijn er nog steeds, maar de Bond tegen vloeken zet ook een luidsprekerauto in en is te gast in televisieprogramma’s.

Jaren ’60

Het zijn roerige tijden. De maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland gaan hard. Er is meer welvaart gekomen na de oorlog en de baby’s die net na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren, zijn tieners en jongeren geworden. Sommigen zetten zich af tegen de politiek en religie en er is een grote drang naar vrijheid. Dat heeft gevolgen voor de Bond. De kritiek neemt toe en jongeren die een afkeer hebben van het werk van de Bond passen campagneposters aan. ‘God hoort u, vloek niet’, wordt dan: ‘God hoort uw vloek niet’. Het is een tijd waarin de organisatie moet leren omgaan met een veranderende samenleving, terwijl de kern van de Bond onveranderd blijft. Er komt ook aandacht voor vloeken en schelden in de sportwereld. ‘Wie vloekt, verliest’, prijkt er in de jaren ’70 op posters van de Bond. Later verschijnen naast voetbalvelden en op andere sportterreinen borden met daarop: ‘Een vloek mist ieder doel’.

Jaren ’80

Er volgt een nieuwe fase van groei. De Bond werkt aan relevantie en onder leiding van directeur R. van de Poll groeit het aantal donateurs jaarlijks. In deze periode verschijnt ook de campagne met de tekst ‘Vloeken is aangeleerd! Word geen naprater!’ De papegaai die op de posters wordt gebruikt bij deze campagne wordt het boegbeeld van de Bond tegen vloeken. De Bond tegen vloeken krijgt ook een internationale tak. In Groot-Brittanië wordt een zusterorganisatie opgericht. Deze ‘League for the Increase of Pure Speech’ wordt in 1994 opgericht in Glasgow, maar krijgt later helaas weinig vervolg.

Jaren ’00 van de 21e eeuw

De aandacht van de Bond verschuift steeds meer naar jongeren. Die focusverschuiving is belangrijk, want kinderen en tieners kunnen immers nog volop hun taalgewoonten ontwikkelen. Wie op jonge leeftijd bewust wordt van de impact van woorden, leert respectvol en bewust communiceren, en neemt dit mee voor de toekomst. 

In 2001 wordt de eerste scholenwerker aangesteld om de groeiende vraag naar gastlessen op te vangen. In 2004 volgt een tweede docent die gastlessen gaat geven, specifiek voor het voortgezet onderwijs. De gastdocenten verzorgen lessen over respectvol taalgebruik op zowel christelijke als openbare en islamitische scholen. De Bond tegen vloeken brengt dit onder in een aparte tak: Klassetaal.

Jaren ‘10

In 2013 kiest de Bond tegen vloeken voor een nieuwe uitstraling. Er komt een nieuw logo met een nieuwe huisstijl. Ook de werkwijze en aanpak ondergaan een verandering. De kern blijft wederom dezelfde, maar om relevant te blijven is vernieuwing nodig. Dat doet de Bond door onder meer…
In 2015 wordt een campagne gelanceerd met posters van mensen achter een gebroken ruit. Op de posters worden uitkomsten van een onderzoek over vloeken en schelden getoond.
In 2017 wordt er groots uitgepakt, want de Bond tegen vloeken bestaat 100 jaar. Er is een congres en speciaal voor het jubileumjaar wordt de glossy Holy! uitgegeven. In het magazine is uiteraard aandacht voor het jubileum, naast artikelen over vloeken in de klas en het nut en de nutteloosheid van vloeken en schelden. Ook staan er interviews in met toenmalig SGP-voorman Kees van der Staaij, Mark Rutte, die destijds minister-president was, en schrijfster Marianne Zwagerman.

Met het langlopende project ‘Het Land in’ trekt de Bond tegen vloeken door heel Nederland om de hinder van vloeken en schelden onder de aandacht te brengen. Op markten, braderieën en treinstations gaan medewerkers en vrijwilligers in gesprek over taalgebruik en het eren van de Naam van God.

  • Voor jou
  • Vloeken en schelden
  • Over ons
  • Nodig ons uit
  • Steun ons
  • Contact